Selecteer een pagina

Wat houden de kwaliteitstoetsen van de NOvA in?

Op 21 juni 2017 is de wijzigingsverordening kwaliteitstoetsen aangenomen. Voor het doorvoeren van deze wijzigingen is een formele wetswijziging van art. 26 Advocatenwet nodig. Het gewijzigde artikel zal per 1 maart 2020 worden ingevoerd, dit betekent dat er nieuwe regels zullen komen die voor jou van belang zijn. Hieronder zal uiteen worden gezet wat de kwaliteitstoetsen precies voor je inhouden.

Kwaliteitstoetsen

Alle advocaten moeten, na de wijzigingen die op 1 maart 2020 zullen worden ingevoerd, jaarlijks deelnemen aan een vorm van gestructureerde feedback ook wel ‘de kwaliteitstoetsen’ genoemd. Er zijn drie soorten gestructureerde feedback waaruit kan worden gekozen, dit zijn de volgende; intervisie, peer review en gestructureerd intercollegiaal overleg. Het doel van deze toetsen is om de deskundigheid en kwaliteit van de advocatuur te verbeteren. Dit is niet alleen van belang voor de rechtszoekende/cliënt, maar ook voor de advocatuur zelf. Wat houden de verschillende toetsen nou in?

Intervisie

Intervisie wordt in art. 1.1 Verordening op de advocatuur omschreven als:

een gestructureerde en periodieke bespreking in een kleine groep hiërarchische gelijkwaardige professionals waarin dilemma’s en vragen over het eigen functioneren, de praktijkvoering en praktijkuitoefening centraal staan.’

Er wordt gesproken over een kleine groep, deze kan bestaan uit partners en advocaten. Deze groep moet uit tenminste drie advocaten en ten hoogste tien advocaten bestaan. Deze groep moet wel werkzaam zijn op hetzelfde rechtsgebied of dezelfde rechtsgebieden. Van belang is dat elke advocaat zich veilig voelt en niet beoordeeld door andere deelnemers.

Tijdens de bespreking worden dilemma’s en vragen over eigen functioneren, praktijkvoering of praktijkuitoefening besproken. Elke advocaat moet minstens één dilemma of vraag inbrengen. Het is de bedoeling dat het om het eigen handelen gaat, de inhoud van het dossier hoeft niet aan bod te komen. Voor zover dit onvermijdelijk is of informatie uiteindelijk wel te herleiden is, heeft de gespreksleider een geheimhoudingsplicht op grond van, het vernieuwde, art. 26 Advocatenwet. De advocaten en gespreksleider zullen voorafgaand aan het overleg de reikwijdte van de geheimhouding bespreken, houdt hier dus rekening mee. Na de bespreking bevestigt de gespreksleider iedereens deelname in een bewijs van deelname.

Intervisie in het kort:
  • intervisie is een gestructureerde en periodieke bespreking die plaatsvind in een groep van tenminste drie en ten hoogste tien advocaten. Deze besprekingen moeten tenminste 8 uur per jaar beslagen, waarvan ze per bespreking minimaal 2 en maximaal 4 uur mogen duren;
  • voorafgaand aan de bespreking wordt de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht besproken;
  • alle deelnemers zijn werkzaam op hetzelfde of dezelfde rechtsgebied(en);
  • elke advocaat brengt ten minste één dilemma of vraag in voor de bespreking;
  • aan het einde van de bespreking ontvangt elke deelnemer van de gespreksleider een bewijs van deelname in de vorm van een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van alles wat besproken is;
  • de gespreksleider voldoet aan de eisen die de NOvA heeft gesteld aan het zijn van gespreksleider en is als zodanig geregistreerd, op grond van art. 26 Advocatenwet.

Peer review

Peer review wordt in art. 1.1 Verordening op de advocatuur omschreven als:

‘een gestructureerde inhoudelijke beoordeling van bij een advocaat in behandeling zijnde of behandelde dossiers door een reviewer, gevolgd door een gesprek tussen de advocaat en de reviewer.’

Deze vorm van kwaliteitstoets ziet meer op de inhoud van een zaak, omdat een reviewer de dossiers van een advocaat gaat beoordelen. De reviewer mag op grond van art. 26 lid 3 Advocatenwet de dossiers inzien. Deze reviewer moet als deskundige zijn aangemerkt op grond van art. 26 Advocatenwet, zodat de geheimhoudingsplicht van toepassing is. Na het doornemen van de dossiers zal de reviewer in gesprek gaan met de advocaat om te bespreken welke alternatieve oplossingen mogelijk waren. Het doel is dat de gereviewde advocaat hiervan leert. Deze vorm van kwaliteitstoets moet ertoe leiden dat de behandeling van zaken in kwaliteit stijgt.

Peer review in het kort:
  • de reviewer is een deskundige als bedoelt in art. 26 Advocatenwet en is werkzaam op hetzelfde of dezelfde rechtsgebied(en) als de gereviewde advocaat;
  • de peerreview vind ten minste 4 uur per jaar plaats, de bespreking(en) moeten per dag aaneengesloten minstens 2 uur en maximaal 4 uur duren;
  • de advocaat en de reviewer reviewen elkaar niet over en weer;
  • voorafgaand aan de review wordt de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht besproken;
  • voorafgaand aan de review wordt door de advocaat een zelfevaluatie ingevuld;
  • de review omvat ten minste vijf dossiers, deze dossiers worden in overleg uitgekozen;
  • de review wordt afgesloten door een gesprek tussen de reviewer en de advocaat;
  • de reviewer bevestigt in een verslag dat de peer review heeft plaatsgevonden met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van alles wat besproken is.

Gestructureerd intercollegiaal overleg

Gestructureerd intercollegiaal overleg wordt in art. 1.1 Verordening op de advocatuur omschreven als:

‘een gestructureerd overleg over vraagstukken met betrekking tot de dagelijkse praktijkvoering van advocaten.’

Advocaten kunnen via gestructureerd intercollegiaal overleg binnen één kantoor of binnen een groep van verschillende kantoren praten over juridische en niet-juridisch inhoudelijke aspecten van het werk als advocaat. Dit overleg moet aandacht geven aan de verschillende aspecten die komen kijken bij het uitoefenen van het beroep als advocaat. Het gaat dus om meer dan alleen de vakinhoudelijke kennis. Dit overleg hoeft niet plaats te vinden onder begeleiding van een deskundige, maar van een ‘gewone’ begeleider. Let op: deze begeleider heeft geen geheimhoudingsplicht.

Gestructureerd intercollegiaal overleg in het kort:
  • gestructureerd intercollegiaal overleg vind plaats in een groep van tenminste drie en ten hoogste tien advocaten. Deze besprekingen moeten tenminste 8 uur per jaar beslagen, waarvan ze per bespreking minimaal 2 en maximaal 4 uur mogen duren;
  • voorafgaand aan ieder overleg wordt een deelnemers als begeleider aangewezen;
  • alle deelnemers, ook de begeleider, zijn werkzaam op hetzelfde of dezelfde rechtsgebied(en);
  • voorafgaand aan het overleg wordt de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht besproken;
  • de advocaten brengen allemaal minimaal één vraag over de dagelijkse praktijkvoering in;
  • aan het einde van het overleg ontvangt elke deelnemer van de begeleider een bewijs van deelname in de vorm van een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van alles wat besproken is.

 

Wil je meer lezen over de kwaliteitstoetsen kijk dan bij onze andere twee blogs over dit onderwerp:
Wat je allemaal moet weten over de kwaliteitstoetsen van de NOvA
Hoe word je gespreksleider of reviewer?

 

Nog meer blogs lezen? Klik hier om terug te gaan naar het blog overzicht